Daar waar de rivierkreeften zingen

(Where the Crawdads Sing)

Auteur: Delia Owens

Paperback, 384 pagina’s

Isbn: 97890 44361650

Verschijningsdatum: 12 januari 2021

Uitgeverij: The House of Books


Korte samenvatting:

Een roman over een nieuwsgierig en avontuurlijk meisje, dat helemaal alleen opgroeit in de moerassen van North-Carolina. Aan haar lot overgelaten, vindt ze manieren om te overleven. Ze ontwikkelt zich tot een zelfstandig, onafhankelijk persoon, die moeite heeft om mensen te vertrouwen. Er komen twee jongens in haar leven. Tate en Chase. Kunnen zij haar geven wat ze nodig heeft: geluk, het gevoel ergens bij te horen, zich geliefd en geaccepteerd te weten? Hoewel ze niet naar school gaat, leert ze van de dieren- en plantenwereld om zich heen, op een manier die alle schoolboeken overtreft. Deze kennis past ze echter ook toe in de weinige menselijke relaties die ze krijgt, met niet altijd even goede gevolgen…


Historische context:

Het verhaal speelt zich af in de moerassen van North-Carolina. In deze regio woonden veel voormalige slaven, criminelen en andere outcasts. De inwoners van het stadje Barkley Cove moeten Kya niet. Ze beschouwen haar als uitschot en er doen allerlei wilde verhalen de ronde over ‘het moerasmeisje’.


Verhaalopbouw:

Het verhaal springt heen en weer in de tijd, tussen het moment dat Kya in de steek gelaten wordt en hoe zij opgroeit, en het moment dat Chase dood gevonden wordt. Is hij vermoord, of was het een ongeluk?


Titel:

Een rivierkreeft is schaaldier dat in zoet water leeft. Ze maken een klikkend geluid, waarmee ze hun territorium verdedigen en een soortgenoot lokken om mee te paren. De titel verwijst naar een plaats ‘ver in de bossen, waar de wilde dieren leven’, zoals Tate aan Kya uitlegt. Met andere woorden, ver weg van alle mensen, waar de natuur nog ongerept is, en waar dieren zich gedragen als dieren, ongetemd, niet aangepast aan de samenleving. Dat is hoe Kya is: puur en ongerept.


Symbolen

Zeemeeuwen zijn enige levende wezens waarmee Kya contact heeft op het strand vlakbij haar hut. Zij zijn er altijd, wat er ook gebeurt. Wie haar ook in de steek laat, de meeuwen blijven en stellen haar nooit teleur. Toch kunnen ook zij haar behoefte aan menselijk contact niet vervullen.

Vuurvliegjes
Voor Kya zijn vuurvliegjes het voorbeeld van vrouwelijke kracht en dominantie. Kort nadat Tate haar verlaten heeft ziet Kya hoe een vrouwelijke vuurvlieg een mannetje lokt met een ander lichtpatroon dan het mannetje waarmee zij paart, waarna ze het nietsvermoedende mannetje opeet. Daaruit concludeert Kya dat de vrouwtjes in de natuur de macht hebben, omdat mannetjes zo graag willen paren dat ze de gevaren om zich heen vergeten.

Met de schelpketting, die Kya aan Chase geeft, geeft ze een deel van zichzelf weg, in de hoop dat ze ooit deel kan uitmaken van zijn familie- en vriendenkring en zo verbondenheid kan ervaren.

Om haar vertrouwen te winnen laat Tate telkens bijzondere vogelveren voor Kya achter op een boomstronk. Het geeft iets weer van de teerheid van hun relatie.


Wat ik ervan vond:

Ik vond het een mooi boek om te lezen. Delia Owens weet je mee te trekken naar het moeras, de zee en het strand, alsof je er zelf deel van uitmaakt. De karakters zijn mooi uitgewerkt en het boek heeft een verrassend einde. Een verhaal over moed en wanhoop, veerkracht, eenzaamheid en nabijheid, verlies en vooroordeel, vriendschap en liefde. Alle ingrediënten voor een goed verhaal zijn in dit boek aanwezig!

De rand van de wereld

Auteur: Andrew J. Graff

Uitgeverij: Mozaïek

ISBN: 9789023959830

352 pagina’s

Genre: Coming of age, avontuur

Korte samenvatting:

Fisher (Fish) Brandon verliest op jonge leeftijd zijn vader. Zijn moeder Miranda stuurt hem elke zomer naar de boerderij van zijn grootvader Teddy, in de hoop dat de jongen op die manier zijn verdriet een beetje kan vergeten. Hij raakt bevriend met Dale Breadwin (Bread), die in het nabijgelegen stadje woont. De vader van Bread is een alcoholist, die bovendien zijn zoon mishandelt. Op een dag kan Fish het niet meer aanzien hoe zijn beste vriend mishandeld wordt. Hij neemt het recht in eigen hand en schiet de vader van Bread neer. Samen vluchten ze vervolgens de wildernis in. Daar bouwen ze een vlot, waarmee ze de rivier afzakken, onbewust van het feit dat ze op een dodelijke waterval afkoersen. Teddy besluit om samen met de plaatselijke sherrif de jongens te gaan zoeken en zij trekken te paard de wildernis in. Ook Miranda gaat op zoek naar haar zoon, vergezeld door Tiffany (Tiffy), die een oogje heeft op sheriff Call en op zijn hond zou passen, die er vandoor is gegaan om zijn baasje te zoeken. Zij zakken met een kano de rivier af, in de hoop de jongens in te halen voordat zij de gevaarlijke waterval bereiken. Al deze hoofdpersonen trekken de wildernis in met hun eigen angsten en problemen. Maar zij zien deze onder ogen en komen er sterker uit.

Sterke proloog

De proloog opent met een briefje dat de jongens op de koelkast van de opa van Fish hebben geplakt. Het lijkt een boodschap van twee onschuldige tienjarige jongens, die samen zijn weggelopen, maar de laatste regel ervan is nogal schokkend en houdt meteen de aandacht vast. Wat volgt is een spannend, ontroerend en af en toe hilarisch relaas van hun tocht door de wildernis in de noordelijke wouden van Wisconsin, ook wel ‘het land van de Bever’ genoemd, en de achtervolging door Teddy en Call, Miranda en Tiffy.

Raft of Stars

In eerste instantie ervaren de jongens het als een groot avontuur, waarbij ze handig gebruik maken van de vaardigheden die ze hebben opgedaan van de opa van Fish, een oude oorlogsveteraan. Ze bouwen een vlot en noemen dat de Hoop van het Stroperseiland (Raft of Stars, zoals de originele titel van het boek, had ik persoonlijk een mooiere en ook meer passende naam gevonden, jammer dat daar in de vertaling niet voor gekozen is). Met dat vlot willen ze de rivier afvaren, naar de legerbasis waar de vader van Fish werkte. Fish heeft zijn vriend echter nooit verteld dat zijn vader niet meer leeft en worstelt er vervolgens mee of en hoe hij dat aan Bread moet opbiechten. Onderweg krijgen ze onder andere te maken met hongerige coyotes, beren en een storm. Al deze dingen bij elkaar zorgen voor een mooie karakterontwikkeling van de twee jongens.

Ondertussen…

Ondertussen trekken sheriff Call en Teddy te paard de wildernis in. Call worstelt met zijn verleden als sheriff in Texas en vraagt zich af of hij eigenlijk wel geschikt is om sheriff te zijn. Ook botert het in eerste instantie absoluut niet tussen hem en Teddy. Toch moeten ze zich samen een weg banen door de soms letterlijk ondoordringbare wildernis. Ook zij maken hierdoor een groeiproces door. Call is vooral op zoek naar bevestiging en Teddy is voor hem als een vader.

Miranda en Tiffany zouden eigenlijk op de boerderij van Teddy blijven als achterwacht, maar als moeder kan Miranda niet stil gaan zitten afwachten, ze moet en zal haar zoon vinden. Samen met Tiffy, een eenzame jonge vrouw, die worstelt met zichzelf, haar verleden en haar gevoelens voor Call, trotseert ze de wilde rivier in een kano. Voor Tiffy, al jong in de steek gelaten door haar moeder, is zij als een moeder en door haar leert Tiffy wat onvoorwaardelijke liefde is. Beide vrouwen maken tijdens hun tocht over de rivier eveneens een groeiproces door.

De wildernis als persoon

Zoals de wilde rivier trekt en slingert, zo word je ook door dit verhaal meegenomen. Graff weet uitstekend woorden te geven aan de wildernis en af en toe voel je je net zo hulpeloos en verloren als de hoofdpersonen, terwijl ze moeten strijden tegen het natuurgeweld. Hun gevecht met het bos is een gevecht met het leven. Heel knap vind ik ook de manier waarop hij, tijdens de storm waarin de jongens terecht komen, de natuur tot een persoon maakt:

Fish had nog nooit zo’n storm meegemaakt. Toorn bestond echt (…) Daar, op de oever – hij zou er een steen in hebben kunnen gooien – stond het hart van de storm, kolkend en brullend, de motor zelf. Bliksem flitste wit en zwart. De donderwolk had een arm. Hij was zwart en bungelde omlaag.  (…) gedurende twee of drie bliksemflitsen zag Fish hoe de arm een cederbosje stevig vastpakte. Zo gemakkelijk als een hand die onkruid uittrekt, draaide de trechterwolk ze in de knoop en rukte ze los.

(p.271/273)

Wat ik ervan vond:

Het verhaal greep me bij de kladden en sleurde me mee de wildernis in van gebroken relaties, over een kolkende rivier vol emoties en de ravage die een storm aan gevoelens kan aanrichten, naar het zachte kabbelen van het water dat je kalmeert, en waar je onder een enorme sterrenhemel beseft hoe nietig wij als mensen zijn.

Het boek doet me denken aan de avonturen van Tom Sawyer en Huckleberry Finn en ‘Lord of the Flies’. Ook dit zijn verhalen over volwassen worden in de wildernis.

De namen van de jongens, Fish en Bread, geven mij een associatie met het bijbelverhaal van de broden en de vissen. Heeft de auteur deze namen bewust met deze intentie gekozen? Er gebeuren in ieder geval genoeg wonderen in dit verhaal!

Het enige wat me stoorde was dat de jongens wel erg volwassen denken, reageren en doen voor hun leeftijd. Maarja, iets met literaire vrijheid enzo. Het geeft het verhaal in elk geval een mooie, diepe lading.

Met dank aan uitgeverij Mozaïek voor het recensie-exemplaar dat ik mocht ontvangen.