De bijenhouder van Aleppo

  • Auteur: Christy Lefteri
  • Uitgever: Mozaïek, mei 2019
  • Aantal pagina’s: 335
  • Korte inhoud: het verhaal over een bijenhouder en zijn blinde vrouw, die elkaar door de oorlog, het verlies van hun zoontje en hun vlucht zijn kwijtgeraakt. Zullen zij elkaar weer terugvinden? Hoop gloort op plaatsen waar je dat niet zou verwachten.

Nuri, zijn vrouw Afra en hun zoontje Sami wonen in Aleppo. Samen met zijn neef Mustafa runt Nuri een bijenhouderij. De producten die dat oplevert verkopen ze en zo verdienen ze hun brood. Maar dan breekt de oorlog uit in Aleppo. Mustafa ziet het aankomen en als zijn zoon wordt gedood vluchten hij, zijn vrouw en zijn dochter naar Engeland. Nuri kan zijn bijen niet in de steek laten en blijft. Maar de oorlog gaat ook zijn voordeur niet voorbij: tijdens een bomaanval sterft Sami en wordt Afra blind. Nuri wil ook weg naar Engeland, maar nu kan Afra hun dode zoon niet in de steek laten. Totdat Nuri bedreigd wordt en dienst moet nemen in het leger. Dat weigert hij en uiteindelijk weten hij en Afra met behulp van een smokkelaar het land uit te komen. Wat volgt is een lange reis, van kamp naar kamp, door verschillende landen. De omstandigheden zijn erbarmelijk, maar de getraumatiseerde Nuri heeft toch oog voor de mensen en kinderen die zijn pad kruisen en probeert hen ondanks zijn eigen pijn zo goed mogelijk te helpen. Daarbij komt ook nog de zorg voor zijn blinde vrouw. Hij houdt het vol door met Mustafa te mailen, die in Engeland een nieuw leven heeft opgebouwd en een project heeft opgezet om vluchtelingen op te leiden tot bijenhouders. Want waar bijen zijn, zijn bloemen, en waar bloemen zijn, is nieuw leven en hoop. Deze hoop houdt Nuri op de been.

Eenmaal in Engeland moeten Nuri en Afra hun asielprocedure afwachten. Ze verblijven in een B&B aan de Engelse zuidkust. Dan blijkt pas goed hoe getraumatiseerd Nuri is. Afra, die nog nooit heeft gehuild om het verlies van hun zoon, begint na een huilbui tijdens een doktersbezoek langzaam te genezen, maar Nuri ziet door al zijn dromen en visioenen de werkelijkheid niet meer helder. Totdat er iets met hem gebeurt waardoor hij weer in de werkelijkheid kan terugkeren. Dan ontstaat er ruimte om elkaar voorzichtig terug te vinden.

‘Doe je ogen eens dicht’, zegt ze (…)

‘Zie je ze Nuri, de bijen? Probeer ze te zien, honderden, duizenden bijen in het zonlicht, op de bloemen, op de kasten, de honingraten…. zie je ze voor je? (…)’

Ik geef geen antwoord.

‘En jij denkt dat ik degene ben die niks kan zien,’ zegt ze.

foto: Frans den Oudsten ( https://www.flickr.com/photos/snarf63/48030510982/ )

Dit is een verhaal over pijn en lijden. Over de gevolgen van een afschuwelijke oorlog en over de erbarmelijke omstandigheden waarin vluchtelingen terecht komen, terwijl ze worden uitgebuit, verkracht en bestolen. Maar ook een verhaal over hoop, verlangen en innerlijke kracht. Met veel inlevingsvermogen heeft Christy Lefteri dit verhaal geschreven. Heel origineel vind ik de overgangen tussen de hoofdstukken als zij heen en weer springt in de tijd. Niet alleen het verhaal van de hoofdpersonen grijpt je bij de keel, ook de verhalen van de mensen die zij tijdens hun reis ontmoeten raken je in het diepst van je ziel. Dit boek zou iedereen moeten lezen! Al was het alleen maar om je een beeld te vormen van alles wat gewone mensen zoals wij moeten doormaken als zij alles achter zich moeten laten en met slechts een paar persoonlijke bezittingen door de wereld zwerven, op zoek naar een plek om een nieuw leven op te bouwen, maar nergens echt welkom zijn.

De Boekbinder

Auteur: Bridget Collins

Uitgever: The House of Books – 2019

Aantal pagina’s: 464

Oorspronkelijke titel: The Binding

Emmet Farmer krijgt op de jaarmarkt een boek in handen. Hij weet niet wat het is, maar het fascineert hem mateloos. Thuis gekomen begint hij erin te lezen en verliest zich helemaal in het verhaal. Maar opeens staat zijn vader voor zijn neus, die het hem meteen afpakt en ergens begraaft waar niemand het kan vinden. Blijkbaar zijn boeken gevaarlijk en verboden. Maar Emmet begrijpt niet waarom, niemand heeft hem dat ooit verteld, ook zijn ouders niet. Dan wordt hij ziek. Maandenlang zweeft hij rond in vreemde koortsdromen. Daarna wordt hij nooit meer de oude. Maar dan krijgen zijn ouders een brief: Emmet moet bij de boekbindster gaan wonen en werken. Dat is zijn enige kans om beter te worden, wordt hem verteld. Zijn vader brengt hem naar de afgelegen plek in het moeras waar ze woont en laat hem daar achter. Seredith, zo heet ze, laat hem hard werken, maar Emmet ontdekt al snel dat er vreemde dingen gebeuren in de afgesloten kamer achter de werkplaats. Op een dag bezoekt een mysterieuze jongeman het huis en Emmet wordt opnieuw ziek nadat hij met hem in contact is geweest. Als hij weer beter wordt vertelt Seredith hem dat hij een ‘binder’ is en dat zijn ziekte ‘binderskoorts’ heet. Het blijkt dat een binder de gave heeft om mensen hun herinneringen te ontnemen en daar een boek van te maken, dat vervolgens in een kluis bewaard wordt, zodat niemand er ooit bij kan.

‘Het gaat erom dat je datgene bij hen wegneemt respecteert.’ vertelt Seredith hem. ‘Dat je het boek waarin het wordt gebonden zo mooi mogelijk maakt, ook al krijgt niemand het ooit te zien.’

Maar wat heeft de mysterieuze jongen met Emmet te maken en wat is er met Emmet zelf gebeurd?

In dit fascinerende, mysterieuze verhaal krijgen boeken de waarde en de magie die ze verdienen. De schrijfstijl is boeiend en overtuigend, mede doordat de schrijfster voortdurend ‘de regel van drie’ toepast, door telkens drie van de vijf zintuigen te gebruiken. Voeg daarbij het gebruik van metaforen en elke scène is een genot om te lezen.

Buiten verdeelde het schijnsel van de maan de wereld in licht en donker, zilver en diepblauw. Het was een warme avond, zacht als room, geurend naar hooi en de stoffige droogte die hoort bij de zomer. Vanaf het veld klonk de roep van een uil.

Sprookjesachtig mooi!

Een echt, authentiek boek heeft onmiskenbaar de geur van waarheid, van het leven zelf.”

Mathilda en de Boekdwalers

Auteur: Anna James

Genre: Kinderboek 10+

Uitgever: Veltman Uitgevers

ISBN: 9789048317219

Aantal pagina’s: 383

Oorspronkelijke titel: Pages & Co – Tilly and the Bookwanderers

Verschenen in Nederland: 05-02-2019

“Boekdwalen is magie: de magie van de fantasie. Bij boekdwalen worden de magie en de fantasie van boeken tot aan hun grenzen opgerekt en dan nóg iets verder.” 

Korte inhoud

Mathilda Pages woont na de verdwijning van haar moeder bij haar grootouders, die een grote boekwinkel hebben: Pages & Co. Elke dag dwaalt Mathilda door die heerlijke grote winkel en kan ze alle boeken lezen die ze maar wil. Haar lievelingsboek is ‘Anne van het groene huis’ en ook ‘Alice in Wonderland’ is favoriet. Op een dag gebeurt er iets vreemds: Mathilda staat oog in oog met haar favoriete personage Anne en wordt door haar mee het verhaal in getrokken. Letterlijk. Hetzelfde gebeurt even later met Alice. Mathilda begrijpt er helemaal niets van en vraagt haar vriendje Oskar om raad. Maar hij denkt dat zulke dingen niet gebeuren. Totdat hij op een dag samen met Mathilda wordt meegetrokken in het verhaal van Anne. De kinderen vragen Mathilda’s opa om hen te helpen en ontdekken dat ze de gave van het Boekdwalen hebben. Dat betekent dat je in het verhaal van een boek kunt stappen. ‘Het is maar goed dat je geen fan bent van ‘In de ban van de ring’, zegt Mathilda’s opa, en hij neemt hen me naar de bibliotheek, die tot hun verrassing nog een geheime Onderbibliotheek blijkt te bevatten. Daar ontdekken ze dat boekdwaalmagie vooral werkt bij mensen die een speciale band hebben met lezen, zoals boekverkopers en bibliothecarissen. Die sterke band trekt de personages in eerste instantie uit het boek, en zorgt er ook voor dat je eerste wandeling in een boek plaatsvindt dat je heel erg leuk vindt. Mathilda en Oskar krijgen hun eerste boekdwaalintroductieles en beleven vervolgens nog veel meer avonturen met Anne, Alice, de Kolderkat, aan boord van de Hispaniola (uit Schateiland) en de Kleine Prinses.

‘Legere est peregrinari’ 

Wat een heerlijk boek is dit, het is letterlijk mijn droomverhaal: wonen in een boekwinkel en echte avonturen beleven met je lievelingsfiguren. Hoe leuk is dat!! Dit is wat lezen met je doet. Want ‘Legere est peregrinari’, lezen is ronddwalen. Of nog mooier: Literatuur is avontuur. ‘De werkelijkheid wordt overschat, ze is een onvoorspelbare meesteres’ mijmert de Kolderkat. ‘Ze schuift en beweegt en gedraagt zich nooit zoals je zou willen of verwachten. Ze is de verraderlijkste vriendin van allemaal.’ Hoe fijn is het dan om te kunnen verdwalen in een boek! Want boekenmagie is de enige magie die we hebben.

Elk kind dat van boeken houdt zou dit boek gelezen moeten hebben. Het is vlot en humoristisch geschreven en de opmaak is speels en aantrekkelijk, met leuke kleine figuurtjes op de bladzijden en prachtige illustraties. Elk nieuw hoofdstuk begint met een grote speelse hoofdletter en als het spannend wordt lopen de letters bijna van de bladzijde af. En als Mathilda in een enge donkere kamer terechtkomt, zijn de bladzijden letterlijk zwart, met witte letters. Fantastisch zijn ook de beschrijvingen van de Onderbibliotheek, met rijen en rijen boeken tot aan het plafond, gangetjes, wenteltrapjes, verborgen deuren, kaartenkamers, enzovoort. Een droombibliotheek! Het is een feest om dit boek ter hand te nemen en niet alleen voor jonge lezers! Achterin heeft de auteur een korte samenvatting geplaatst van alle boeken die in het verhaal een rol spelen, wat zeker uitnodigt om die boeken ook te gaan lezen.

“Boekdwalen komt tot leven in boekwinkels” 

Niets heerlijker dan verdwalen in een goed boek. En voor iedereen die nog nooit in een boek verdwaald is: probeer het eens! Mathilda en de Boekdwalers is een prima start!

Lila

Auteur: Marilynne Robinsonlila-marilynne-robinson

Genre: vertaalde literaire roman

Uitgever: Singel Uitgeverijen/Arbeiderspress

ISBN: 9789029538749

Aantal pagina’s: 272

Verschijningsdatum: 10-03-2015

 

Het verhaal gaat over een meisje dat als klein kind ernstig verwaarloosd, mishandeld en misschien zelfs misbruikt werd. Nadat ze op vierjarige leeftijd een nacht op de veranda is achtergelaten, wordt ze gevonden door een vrouw (Doll), die daar altijd komt werken. De vrouw kan het niet meer aanzien en neemt haar mee. Jarenlang leiden ze een zwervend bestaan, want Doll wil niet het risico lopen dat ze gepakt wordt en dat Lila weer terug moet naar dat huis. Lila wordt volwassen en Doll sterft. Na veel omzwervingen komt ze terecht in het dorpje Gilead en leert een oude dominee kennen. Er ontwikkelt zich een bijzondere relatie tussen hen en uiteindelijk trouwt ze met hem. Maar Lila heeft geleerd om niemand te vertrouwen en maakt voortdurend plannen om weg te gaan. De oude man is echter bijzonder liefhebbend en geduldig en laat haar alle ruimte om weg te gaan als ze dat wil. Met als gevolg dat ze toch telkens blijft. De man is een soort vaderfiguur voor haar en ze voelt zich heel veilig bij hem, ook al zegt ze voortdurend dat ze hem niet kan vertrouwen. In het verleden maakte Lila plannen om ergens een baby te stelen en dan weg te lopen en hetzelfde leven te leiden dat ze met Doll heeft gekend. Dat is het leven waarin ze zich thuis voelt. Dan wordt ze zwanger en krijgt een eigen kind. Eigenlijk kan ze haar eigen geluk niet geloven en ze blijft plannen maken om samen met het kind weg te lopen.

 

Eenzaamheid

Eenzaamheid is een groot thema in dit boek. Een eenzaam kind wordt meegenomen door een eenzame vrouw en ontmoet een eenzame man, wiens vrouw en kind gestorven zijn. Zijn zij in staat elkaars eenzaamheid op te heffen?

Hoewel Lila vrijwel ongeletterd is, stelt ze zich voortdurend vragen over de zin van het bestaan en herkent ze haar eigen eenzaamheid en verworpenheid in de Bijbelse verhalen die ze leest. Ook worstelt ze met het feit dat gelovigen naar de hemel gaan en dieven en moordenaars veroordeeld worden tot de hel. Want juist met die laatste groep mensen heeft zij geleefd. Ze kende hen als goede mensen, die door omstandigheden tot slechte dingen gedwongen werden. En ze wil niet naar de hemel gaan als Doll daar niet is, die haar gestolen heeft en een man heeft gedood. Dan heeft het voor haar geen zin.

Ondanks het leven dat ze nu leidt, de liefde waarmee de dominee haar omringt en de geboorte van haar kind, blijft Lila ten diepste eenzaam.

 

Schuld:

Een mes is het enige voorwerp dat haar aan haar verleden herinnert. Lila erfde het van Doll en het speelt een grote, symbolische rol in het verhaal. Lila piekert erover of ze het weg zal doen of niet, maar uiteindelijk besluit ze het te houden en het later aan haar kind te geven. Want:

Er bestond geen manier om je van schuld te ontdoen, geen fatsoenlijke manier om er afstand van te nemen.

 

Wat ik ervan vond:

Het verhaal is geschreven als een doorlopend hoofdstuk en soms lastig te volgen vanwege de gedachtesprongen die Lila voortdurend maakt tijdens haar filosofische overpeinzingen. De beschrijvingen van het landschap en de natuur zijn echter levendig en aantrekkelijk.

Een pittig boek, maar zeker de moeite waard als je graag filosofeert en nadenkt over het leven.

Hoor nu mijn stem

Treur - Hoor nu mijn stem@1.inddGenre: literaire roman

Uitgever: Prometeus

ISBN: 9789044638899

Uitvoering: paperback/softback

Aantal pagina’s: 352

Verschijningsdatum: 25-06-2018

 

Dit boek gaat over volwassen Gina, die terugkijkt op haar jeugd, toen ze Ina heette. Het verhaal begint met een treinreis van Amsterdam naar Middelburg en volgt zo het spoor terug naar Ina’s jeugd in een streng reformatorisch Zeeuws dorp. Ina werd opgevoed door haar opa en twee oudtantes, nadat haar ouders verongelukten toen ze nog maar heel klein was. Ze kijkt vooral enorm op tegen haar tante Ma, die op jonge leeftijd een bekeringservaring had en daardoor veel aanzien geniet in het dorp en de kerkelijke gemeente. Ina worstelt haar jeugd door in angst voor onreine geesten, die haar ’s nachts belagen en in de hoop ooit nog eens bekeerd te worden. In haar studietijd ontgroeit ze langzaam haar reformatorische opvoeding en ironisch genoeg verliest ze haar geloof tijdens de colleges theologie die ze volgt. Ze krijgt een baan bij een radioprogramma en klimt op tot een bekende presentatrice, die in haar programma allerlei mensen het hemd van het lijf vraagt. Maar dan worden haar tantes ziek en moet ze terug naar Zeeland om voor hen te zorgen. Dat duurt langer dan verwacht en haar baan bij de radio wordt ingepikt door een ander. Ondertussen treurt ze om haar verbroken relatie. Terug bij af overdenkt ze haar leven en vindt uiteindelijk vrede met zichzelf en haar omgeving.

Franca Treur schreef eerder in ‘Dorsvloer vol confetti’ over haar jeugd. ‘Hoor nu mijn stem’ is een stuk volwassener en ook een stuk boeiender. Met subtiele humor beschrijft ze het Reformatorische leven:

Tante Ma was twee keer per jaar jarig. Op 18 februari was de dag van haar gewone geboorte, op 15 oktober die van haar wedergeboorte. Dat was de dag waarop ze als meisje voor het eerst, na een aantal zeer benauwde maanden, maanden waarin ze nauwelijks at, de Heere als gekruisigde Zaligmaker had mogen aanschouwen. Heel duidelijk had ze Hem voor zich gezien, op nog geen twee meter afstand, en vanaf het kruis had Hij haar met een liefdevolle blik aangekeken. Op die dag had ze uitgeroepen: Hij heeft lust aan mij! Ze was van dood levend geworden en beleefde dit bijzonder helder en krachtig. Ze was toen zestien jaar oud en bezig een tafellaken te strijken. Door wat ze vanbinnen meemaakte liet ze het ijzer te lang op het tafelkleed staan, en de driehoekige afdruk werd een teken en zegel van Zijn bemoeienis met haar. Sindsdien moest ze van haar moeder het strijken overlaten aan haar jongere zuster Sjaan.

De schrijfster heeft ervoor gekozen om het verhaal vanuit twee perspectieven te vertellen: de jonge Ina vanuit ik-perspectief en de volwassen Gina vanuit personaal perspectief. Ina verlangt ernaar om op te klimmen op de ladder van het geloof, Gina wil opklimmen op de maatschappelijke ladder. Langs deze twee sporen ontwikkelt zich het verhaal van één en dezelfde persoon. Door de volwassen Gina vanuit het personaal perspectief te belichten komt zij als het ware iets verder van je af te staan, wat een enigszins vervreemdend effect heeft. Hierdoor wordt duidelijk hoe ze van zichzelf vervreemd is. Door terug te gaan naar het dorp van haar jeugd komt ze uiteindelijk weer op het juiste spoor terecht. Hoewel ze haar geloof ergens onderweg is verloren, lijkt het of ze het weer terugvindt in de vrijheid die ze ervaart in het loslaten ervan. De stem van God, waar ze in haar jeugd zo naar verlangde die te horen, maar die werd overstemd door alle wetten en regels van het reformatorische geloof, lijkt na haar terugkeer des te luider in de geluiden van het Zeeuwse platteland: het ruisen van de wind, het zingen van de vogels. Maar ook in haar liefde voor tante Ma en het feit dat ze eindelijk zichzelf kan zien zoals ze werkelijk is.

Ik heb genoten tijdens het lezen van dit boek, van de manier waarop, met gebruikmaking van ‘de tale Kanaäns’, het reformatorische leven wordt beschreven. Dat heeft aan de ene kant een heel beklemmend effect, maar maakt dat je je tegelijkertijd bijzonder goed kunt inleven in de worsteling die het meisje Ina doormaakt. Franca Treur spot zeker niet met het geloof waarin ze is grootgebracht, maar weet het wel op zo’n manier neer te zetten dat je het met een glimlach op je lippen leest:

De vader van Arco was een serieuze man. En hij was lang. Zo lang dat opa en ik hem ‘Psalm 119’ noemden, want die was ook lang.

Diezelfde vader vertrekt later naar Canada, omdat hij de roeping heeft ontvangen daar predikant te worden. Hij spreekt alleen geen Engels.

Hij mag geloven dat de Heere daarin zal voorzien, zei tante Ma. Ze liet haar stem dalen. De Heere zelf zal zijn tong losmaken. Hij kreeg een tekst uit Psalm 119, ik ben even vergeten welk vers, maar die zegt iets als ‘mijn tong zal spraak houden van Uw rede.

 

Al met al een verfijnd boek, dat zeker tot nadenken stemt.

 

Lampje

Lampje

Annet Schaap

Querido Kinderboeken

324 pagina’s

Deze keer heb ik een kinderboek gelezen. En daar kunnen ook grote mensen nog een heleboel van leren!

Iedereen kent wel het sprookje van de Kleine Zeemeermin, die een drenkeling uit zee redde en vervolgens zo verliefd op hem werd, dat ze haar staart opgaf om benen te krijgen zodat ze op het land kon wonen bij haar geliefde. Dit boek vertelt wat er daarna gebeurde en hoe een klein meisje dat ontdekte. Lampje, zo heet ze. Maar een helder licht is ze niet, volgens haar vader. Want ze kan niet lezen en niet schrijven. En ze vergeet altijd van alles. Zoals nieuwe lucifers kopen, waardoor ze de vuurtoren niet aan kan steken tijdens een zware storm. En daardoor vergaat het schip van de Admiraal. Voor straf moet Lampje zeven jaar in zijn huis werken, waar een monster woont, zo wordt er gefluisterd. Haar vader wordt zeven jaar opgesloten in de vuurtoren, waar hij iedere avond de treden moet beklimmen met zijn anderhalve been, om het licht brandend te houden. Zo kunnen ze het geld terug verdienen dat het schip gekost heeft. In het enge, donkere huis op de hoge klif leert Lampje dat de dingen niet altijd zijn zoals ze lijken. En dat je een heleboel voor elkaar kunt krijgen als je je angst overwint.

In eenvoudige, vloeiende zinnen schrijft Annet Schaap dit meeslepende verhaal, wat ze zelf heeft geïllustreerd met al even eenvoudige, sfeervolle tekeningen. Prachtig gevonden vind ik de dialogen die Lampje heeft met de wind:

‘Lieve wind, nijdige wind. Ik hoef niks, alleen maar lucifers.’ Dat maakt de wind zeker boos, want hij begint met regen te smijten. In een paar tellen is ze doorweekt en de storm blaast haar nog kouder. Ze zwoegt ertegenin. ‘Ophouden nou,’ hijgt ze. ‘Ga liggen, wind. Af!’


En met haar overleden moeder:

‘Ik ben je moeder, zegt haar moeder streng. ‘En ik heb het echt liever niet. Ik verbied het je!’ Lampje staat op en haalt diep adem. ‘Ja maar, weet je mama,’ zegt ze. ‘Jij bent eigenlijk dood.’ Daar heeft haar moeder niet van terug.

Ik heb genoten van dit heerlijke, volop tot de verbeelding sprekende verhaal. Lampje doet me een beetje denken aan Pippi Langkous: een dapper meisje dat zich er niets van aantrekt wat grote mensen vinden en gewoon doet wat ze denkt dat goed is. Annet Schaap trekt je het verhaal in met al je zintuigen en houdt je tot op de laatste bladzijde gevangen!

Ik zal regen geven

Auteur: Rae Meadows    Ik zal regen geven

Aantal pagina’s: 279

Uitgever: Mozaïek

Korte samenvatting: In de periode van 1934 – 1936 trekken zware stofstormen over het door droogte geteisterde zuiden van de Verenigde Staten. Vooral Oklahoma wordt zwaar getroffen. Tegen deze achtergrond speelt het verhaal zich af. De familie Bell woont op een boerderij op de prairie en heeft moeite om het hoofd boven water te houden. Boven het stof is in dit geval een betere uitdrukking. Vader Samuel droomt van een grote watervloed die het door droogte verwoeste land weg zal vagen zodat ze opnieuw kunnen beginnen. Zijn deze dromen van God? Samuel gelooft van wel en denkt dat hij van God een bijzondere opdracht krijgt. Zijn vrouw Annie worstelt juist met het geloof en verlangt naar een ander leven. Dochter Birdie draagt een groot geheim met zich mee en bedenkt daar zo haar eigen oplossingen voor. Het jongste kind, Fred heeft een zwakke gezondheid en door de stofstormen wordt dit alleen maar erger. Dan gebeurt er iets verschrikkelijks. Het verdriet drijft de familie uit elkaar, ze kunnen elkaar niet meer bereiken.

Hoe het verder gaat ontdek je als je dit fijnzinnige boek zelf ter hand neemt.

 

Wat ik ervan vond:

Ik vond het een prettig leesbaar verhaal, met mooie observaties en metaforen.

Het leven draaide vooral om herinneren en wachten, dacht Birdie. Je herinnerde je dat alles beter was geweest en wachtte tot alles weer beter werd. Er was geen nu, geen tijd waarop je zei: ‘Dit is het dan.’ Je had wel gedacht dat er zo’n tijd zou komen (…) maar uiteindelijk zat je weer op iets anders te wachten. Nu zette ze haar hakken in het zand van de verstrijkende dagen.

Om eerlijk te zijn houd ik niet zo van christelijke romans. Vaak ligt het er naar mijn smaak allemaal net iets te dik bovenop. Dit boek is een aangename uitzondering. Niet zo mierzoet en af en toe zelfs  een beetje bitter. De hoofdpersonen worstelen ieder met hun eigen vragen en problemen, maar er zijn geen kant en klare oplossingen. De auteur durft ruimte te laten voor rafels en randjes en schuwt controversiële daden en gedachten niet. Dat maakt het verhaal geloofwaardig.

Ze zou Samuel zijn geloof niet misgunnen. Misschien gaf God tekenen die alleen zichtbaar waren voor hen die de ogen hadden om ze op te merken. Daar hoorde zij niet bij, maar ze kon aanvaarden dat dat misschien wel voor haar man gold.

Juist die scherpe randjes schuren aan je eigen vragen en conflicten in leven, geloof en liefde. Toch spreekt de titel van hoop: misschien geen ‘happy ending’, maar wel heel voorzichtig ruimte voor een nieuw begin.

De Trooster

Auteur: Esther Gerritsen       Trooster

Uitgever: De Geus

Aantal pagina’s: 211

Korte samenvatting: De stuurse Jacob, conciërge en klusjesman in een klooster, sluit vriendschap met een bekende Nederlander, die zich vanwege vervelende omstandigheden een poosje terugtrekt in het klooster.

 

Jacob ziet er vreemd uit, de ene helft van zijn gezicht is misvormd. Hij is gewend dat mensen hem meewarig bekijken en behandelen met medelijden. Als op een avond echter Henry Loman, bekend politicus, aan de poort van het klooster staat, behandelt deze hem volkomen normaal. Jacob, die eerst nog op een stuurse manier afstand probeert te bewaren, raakt echter al snel geïntrigeerd door de in opspraak gebrachte politicus. Regelmatig voert hij gesprekken met hem en er ontwikkelt zich een vriendschap tussen hen, die vooral Jacob in verwarring brengt. Want Jacob merkt bij zichzelf dat hij zich begint aan te passen aan de verwachtingen waarvan hij denkt dat Henry die van hem heeft, en raakt daardoor zichzelf kwijt. Totdat hij op een avond een machtige Godservaring heeft, waardoor hij zichzelf volkomen gezien en geaccepteerd weet door God. Ondertussen doet hij zijn best om aan Henry, die het geloof vooral ziet als een zeer interessant fenomeen, duidelijk te maken wat het lijden en sterven van Jezus werkelijk inhoudt. Henry heeft grote moeite met de begrippen zonde en vergeving. Maar dan begaat hij een misdaad waardoor hij grote wroeging krijgt en eindelijk lijkt te beseffen wat deze begrippen inhouden. Jacob probeert hem hierin op een zeer onconventionele manier bij te staan. Maar dan keren de zaken zich ineens om en gaat Henry letterlijk en figuurlijk weg van hem. Jacob blijft achter met Henry’s schuld.

Henry nam plaats op de bijrijdersstoel. Hij ging en liet de misdaad bij mij. Het is een griezelig wonder hoe iemand zijn zonden zo kan overdragen. Liever was ik met hem meegegaan. Er was nog een plek vrij op de achterbank, daar paste nog wel een hond.

Jacob doet denken aan de Lijdende Knecht, zoals beschreven in Jesaja 53:

Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. Hij werd veracht, door mensen gemeden (…) Een man, die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht.

Maar Jacob (zijn naam betekent ‘bezetter’, ‘overwinnaar’) worstelt. Vooral met zichzelf. Want hoewel hij zich dienstbaar opstelt, koestert hij weerzin tegen de mensen om zich heen. Hij is vanbinnen zoals hij er vanbuiten uitziet: lelijk en misvormd. En ook hij, de onaanzienlijke, zag iemand over het hoofd. Uiteindelijk werd zij het slachtoffer van Jacob en Henry beiden.

Dat Jezus onze schuld op zich neemt, was voor mij altijd een moeilijk te vatten idee geweest. Na Henry begon het me te dagen. In dit eeuwige spel waar de schuld wordt doorgegeven als de zwartepiet in het kaartspel, moet er iemand opstaan en zeggen dat hij hier niet aan meedoet. We kunnen Jezus hierin volgen, we kunnen ook schuldeloos doorspelen. De schuld deed pijn. Ik kon het niet, dus speelde ik door.

Maar na Pasen wordt het Pinksteren, de dag waarop de Trooster komt. Zij komt in de vorm van Alicia, de vrouw van Henry. Mooi als een engel en altijd bereid om Henry alles onvoorwaardelijk te vergeven en hem terug te nemen. Alicia (haar naam betekent ‘nobel’, ‘vriendelijk’) is voor Jacob de belichaming van troost en ontferming. Op de dag dat ze Henry op komt halen uit het klooster bedankt ze Jacob dat hij zo goed voor Henry heeft gezorgd. Op dat moment komt er een busje van een aannemersbedrijf het terrein oprijden.

Op de zijkant van het busje stond te lezen waarvoor je hem in kon huren. Alles wat ik kon, alles wat ik hier deed, kon hij ook, maar dan beter.

Wat een veelzeggend einde!

Ook de namen in dit boek zijn veelzeggend:

Henry betekent ‘heerser over het thuisland’. Hij heerst over alles, behalve over zijn ‘thuisland’. Dat wordt beheerst door Alicia, de nobele, de vriendelijke.

Jacob: ‘bezetter, overwinnaar’, is door zichzelf bezet en moet zichzelf zien te overwinnen.

Annelie: ‘geschenk van God’, genegeerd door Jacob, de dienaar in het klooster, overheerst door Henry. Dit geschenk van God wordt door beiden weggeworpen en vertrapt.

Zijn de heerser en de bezetter in staat om de genade van de Trooster te ontvangen?

Ik vond dit boek erg boeiend, mooi en eerlijk geschreven. Het laat je niet zomaar los en houdt je een spiegel voor. En dat is wat goede literatuur behoort te doen.

De avond is ongemak

Auteur: Marieke Lucas Rijneveld

Uitgever: Atlas Contact

Aantal pagina’s: 271

 

Ik moest eerst een hele poos bijkomen nadat ik dit boek gelezen had.

Wat een pijn, wat een verdriet en wat een eenzaamheid heeft Marieke Lucas Rijneveld hier onder woorden gebracht! Haarscherp tekent ze met een poëtisch woordgebruik, dat pijn doet als het niet zo mooi was, hoe een gezin ten onder gaat door de dood van een zoon en broer. Het is eigenlijk te ziek voor woorden, maar deze woorden zijn zo mooi, dat je blijft lezen, al krimpt je hart ineen van afschuw en medelijden met Jas, haar ouders en haar broer en zusje.

 

avond is ongemak

 

Jas

Jas, haar echte naam komen we niet te weten, trekt haar jas niet meer uit na het moment dat haar broer Matthies is verdronken in een wak tijdens een schaatstocht over het meer. Hij ging ‘naar de overkant’ en zij mocht niet mee omdat ze te klein was. Het is haar schuld dat hij nu dood is, want zij heeft aan God gevraagd of Hij alstublieft haar broer Matties wou nemen, in plaats van haar konijn Dieuwertje, waarvan ze dacht dat die op het menu stond voor het kerstdiner. En nu is ze bang voor alles, daarom blijft ze in haar jas, uit angst dat haar iets ergs overkomt. Ze houdt ook haar poep op, want er mag niets uit haar weg. Haar oudere broer Obbe en zij voeren gruwelijke experimenten op dieren uit om de dood van Matthies te kunnen begrijpen, al weten ze niet hoe.

 

Verwaarloosd

Hun ouders kunnen niet omgaan met de dood van Matthies en er mag niet over hem gepraat worden. De vader dreigt iedere keer weg te lopen en moeder hongert zichzelf uit en Jas is bang dat ze zichzelf iets aandoet. De kinderen worden niet gezien en niet getroost in hun verdriet. Jas hunkert ernaar om door haar moeder aangeraakt te worden, maar dat gebeurt niet. Ook de seksuele ontwikkeling van de kinderen raakt verstoord:

Vader en moeder zien onze tics niet. Ze hebben niet door dat hoe minder regels er zijn, hoe meer we deze zelf gaan verzinnen. Obbe vond daarom dat we bij elkaar moesten komen en na de kerkdienst zijn we naar zijn slaapkamer gegaan.

Het laat zich raden dat er ook op dat gebied één en ander scheefgroeit.

 

Het Plan

Als er dan ook nog een Mond-en-Klauwzeer crisis uitbreekt en alle koeien op hun boerderij geruimd moeten worden is het drama compleet. Jas en haar zusje Hanna bedenken een Plan; er moet iemand komen om hen te redden. Misschien Boudewijn de Groot, die zulke gevoelige liedjes over de liefde zingt. Of de veearts, de enige die zich een beetje om Jas lijkt te bekommeren, al lijkt het erop dat zijn  motieven niet helemaal zuiver zijn, naarmate ze opgroeit.

 

Padden en God

Jas heeft twee padden in een emmer op haar kamer verstopt. Die probeert ze voortdurend te laten paren, want als ze dat gaan doen komt alles weer in orde en zullen haar ouders ook weer gaan paren.

Ze praat tegen hen:

Kijk, ik weet niet wat liefde is, maar wel dat je er hoog door kunt springen, dat je er meer baantjes door kunt zwemmen, dat het je zichtbaar maakt. (…) Eerlijk gezegd, zeer gewaardeerde padden, denk ik dat we ons ingegraven hebben, ook al is het zomer. We zitten diep in de modder en niemand die ons er nog uithaalt. Hebben jullie eigenlijk een God? Een God die vergeeft of een God die onthoudt? Ik weet niet meer wat voor God wij hebben. Misschien is Hij op vakantie of heeft Hij zich ook ingegraven. In ieder geval is Hij minder op de zaak.

Ook twijfelt ze er steeds meer over of ze God wel lief genoeg vindt om met Hem af te spreken.

Zo ben ik erachter gekomen dat je op twee manieren het geloof kwijt kunt raken: sommige mensen verliezen God als ze zichzelf vinden, sommige mensen verliezen God als ze zichzelf verliezen.

Jas worstelt met zichzelf, met haar lichaam, haar seksualiteit, met God en met het leven. Ze probeert wanhopig oplossingen te bedenken om grip te houden op alles wat er gebeurt. Het is maar de vraag of ze daarin slaagt.

 

Wat ik ervan vond:

Het boek zit vol metaforen en woordspelingen, af en toe iets te veel naar mijn mening, en ook niet altijd even geloofwaardig. Om alles te kunnen bevatten moet je het nog minstens één keer herlezen. Maar het verhaal is zo rauw en hartverscheurend! Je hoopt de hele tijd dat iemand oog heeft voor die arme verwaarloosde kinderen. Dat je de bladzijde omslaat en dat er dan iemand komt om hen te redden. Waarom komt de juf niet in actie, de dominee, de veearts?  Aan het eind blijf je verpletterd achter.

Wat een boek!